B.C. Broekhin - Op Maat

header-foto5

'Onderwijs op maat'
een begrip dat in het onderwijs veel gehoord wordt.  Het is niet zo maar een kreet. In de praktijk betekent dit, dat je iedere leerling een onderwijsprogramma aanbiedt dat bij die leerling past. Moeilijk te organiseren zegt u, dat klopt, als je tenminste denkt aan het onderwijs zoals wij het meestal kennen. 20 tot 30 leerlingen in een klas, een docent ervoor en dat dan gedurende ongeveer 32 uur per week. Frontaal (de leraar) - klassikaal (de leerlingen) noemen we dat. Het aanbod is dan voor alle leerlingen vrijwel gelijk. En daar zit vaak het probleem.

Ieder kind is uniek & de docent is uniek;
ook in het naar school gaan. Dat betekent dat, als je kinderen zo goed mogelijk wil laten leren, je ook rekening moet houden met de verschillen tussen kinderen. Er zijn kinderen die leren door goed te luisteren, er zijn kinderen die moeten alles lezen en weer anderen hebben er genoeg aan om alles te zien. Er zijn leraren die goed kunnen vertellen, er zijn ook leraren die hun boeken op een bijzondere manier kunnen gebruiken, er zijn ook leraren die heel goed zijn in hun vak maar die er soms moeite mee hebben om die vakkennis bij de kinderen over te brengen. Met al deze unieke zaken moeten we in de school toch iets proberen te bereiken.

Verschillende manieren van leren
In het sterk selectieve Nederlandse onderwijssysteem wordt vooral gekeken naar de manier van 'leren' bij kinderen. Hoe beter je leert, hoe 'hoger' de school is die je als kind mag bezoeken.
Heb je wat moeite met het 'leren', dan kun je misschien beter wat meer met de handen werken. Anderen zijn in staat om wat meer theoretisch bezig te zijn.
In Swalmen en Reuver vinden wij daarom dat het onderwijs er is voor alle kinderen en dat iedereen er in staat is veel te leren. Je moet dan wel les geven op een manier die bij de kinderen past.

Jenaplan
biedt de school de mogelijkheid om zo'n onderwijs voor de kinderen te verzorgen. Het gaat er daarbij om te achterhalen wat kinderen kunnen en kennen, en niet wat niet. Eenvoudig gezegd, bij een proefwerk is belangrijk wat goed is, niet wat fout is. Het goede waardeer je dus. Dat wat nog niet goed is, daar moet aan gewerkt worden. Je zoekt dan samen met de leerling uit hoe het wèl goed kan. De een moet nog eens stevig lezen en studeren, terwijl een ander proefondervindelijk aan de gang gaat en bijvoorbeeld practicum of experimentjes doet. Weer iemand anders leert van z'n medeleerling. Zo zijn er allerlei varianten op leren en doen mogelijk.  Jenaplan is niet overal in Nederland hetzelfde. Er zijn verschillen tussen de diverse jenaplanscholen en dat heeft te maken met het feit dat iedere school anders is, in een ander gebied staat, in de stad of op het platteland, in Friesland, Holland of Limburg. Het zijn de leerlingen, de ouders en de medewerkers die de school maken en die zijn uniek en overal anders.

Groeperingen
Ook leerlingen die een extra steuntje in de rug nodig hebben vinden hun weg naar de jenaplanafdeling. Samen met de andere kinderen zitten ze in de diverse groepen. Dat kunnen keuzegroepen zijn, de leerlingen doen dan (per half jaar) vakken waarvoor ze zelf kiezen.
Eerste- en tweedejaars leerlingen zitten bij elkaar in de groep. Datzelfde gebeurt ook in de stamgroepen. De leerlingen leren daar vooral met elkaar samenwerken, elkaar ondersteunen, elkaar helpen, als voorbeeld dienen, maar ook leren ze daar ontdekken en accepteren dat de 'talenten' bij kinderen verschillen maar ook dat ieder kind, zonder uitzondering, zijn eigen talenten heeft, zijn eigen sterke kanten heeft. Dat is dan ook de basis voor het verder leren in de school. Voor sommige vakken zitten de leerlingen in niveaugroepen. Dat wordt dan voor ieder kind afzonderlijk voor ieder vak apart bekeken.

Remediale hulp
We bieden bij ons op school remediale hulp voor leerlingen die dit nodig hebben. Hierbij valt te denken aan leerlingen met een diagnose zoals dyslexie of dyscalculie, maar ook leerlingen met ernstige taal- en rekenproblemen. Deze hulp wordt gegeven in kleine groepjes en soms individueel. De remediale hulp wordt door de mentor en/of docent aangevraagd, waarna de remedial teacher onderzoekt welke ondersteuning nodig is. De duur van de begeleiding wordt door de RT'er bepaald. Het is en blijft de bedoeling om de leerling zo veel mogelijk in zijn eigen groep te laten.

Nieuwe Onderbouw VO
is er voor alle leerlingen. Afhankelijk van keuzes en mogelijkheden doorlopen leerlingen de vakken in de onderbouw in 2 jaren. Dat kan in de vorm van klassikale lessen, groepswerk en bijvoorbeeld in projecten.

De toekomst
van voorheen het burgemeester Boots College, de jenaplanschool voor vmbo, ligt nu in het Bisschoppelijk College Broekhin Jenaplan nieuwe stijl. Dat is de uitdaging voor de komende jaren: zorgen voor goed onderwijs op maat voor alle leerlingen die het primair onderwijs verlaten! En dat dicht bij de leerlingen in een school waar kinderen zich thuis voelen (= serieus genomen worden en een eigen inbreng hebben en waar veiligheid wordt geboden).

Geen zittenblijven
is een van de zichtbare kenmerken van de school. Alle leerlingen doen in het vierde jaar examen en tussen de 96 en 98% van de jongelui slaagt er de eerste keer in om een diploma te halen waarmee ze verder kunnen in de tweede fase van het Voortgezet Onderwijs (mbo of havo).

Een mooie opdracht,
en die willen we waar maken.

rechts_18.jpg