B.C. Broekhin - vertrouwenspersoon

Regeling schoolvertrouwenspersoon


Artikel 1: Aanwijzing

1. De locatiedirecteur wijst een schoolvertrouwenspersoon aan ten behoeve van
leerlingen en personeel bij klachten over grensoverschrijdend gedrag zoals seksuele
intimidatie, discriminatie, pesten, agressie en geweld.
2. Elke locatie beschikt over tenminste één schoolvertrouwenspersoon voor leerlingen
en één schoolvertrouwenspersoon voor personeel. Het verdient de voorkeur om
zowel een man als een vrouw aan te wijzen.
3. De schoolvertrouwenspersoon is geen lid van de schoolleiding.
4. De schoolvertrouwenspersoon is geschoold op het gebied van seksuele intimidatie,
discriminatie, pesten, agressie en geweld. Hij/zij is bekend met bijbehorende
regelgeving en procedures en dient zich hierin jaarlijks te blijven scholen.
5. De locatiedirecteur zorgt ervoor dat de schoolvertrouwenspersoon gefaciliteerd wordt
in tijd (taakuren) en ruimte.


Artikel 2: Taken

1. Voorlichting en preventie
Geeft voorlichting aan alle betrokkenen binnen de school over zijn
inzetbaarheid bij klachten of de voorkoming daarvan.
2. Opvang en begeleiding
Verleent eerste hulp bij klachten in de schoolsituatie
Bespreekt met de klager de mogelijke vervolgstappen en begeleidt hem daar
indien nodig bij.
3. Beleidsadvies
Geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de schoolleiding omtrent het te
voeren beleid en te treffen maatregelen inzake preventie en bestrijding van
seksuele intimidatie, discriminatie, pesten, agressie en geweld.


Artikel 3: Verantwoording / bescherming

1. De schoolvertrouwenspersoon is voor de uitvoering van zijn/haar taken genoemd in
artikel 2 uitsluitend verantwoording schuldig aan de locatiedirecteur.
2. De schoolvertrouwenspersoon geniet rechtsbescherming zoals benoemd in artikel 13
lid 5 van de Arbeidsomstandigheden Wet. In dit artikel wordt de
schoolvertrouwenspersoon beschermd tegen nadeel dat hij/zij kan ondervinden in de
uitoefening van de functie als vertrouwenspersoon.
3. De schoolvertrouwenspersoon kan alleen uit zijn/haar functie van
schoolvertrouwenspersoon ontheven worden als er sprake is van grove nalatigheid of
fouten in zijn/haar functioneren als schoolvertrouwenspersoon.
4. De schoolvertrouwenspersoon die zijn/haar functie wil beëindigen, doet dat door een
schriftelijke mededeling aan de locatiedirecteur en zorgt voor overdracht aan zijn/haar
opvolg(st)er.


Artikel 4: Zorgvuldigheid / geheimhouding / meldplicht

1. De schoolvertrouwenspersoon neemt bij zijn werkzaamheden de grootst mogelijke
zorgvuldigheid in acht. De schoolvertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding
van alle zaken die hij in die hoedanigheid verneemt. Deze plicht vervalt niet nadat
betrokkene zijn taak als schoolvertrouwenspersoon heeft beëindigd.
2. In het kader van zorgvuldigheid informeert de schoolvertrouwenspersoon de klager
over alle stappen die worden genomen en vertelt welke informatie aan wie wordt
verstrekt en met welk doel.
3. Volgens de Wet bestrijding van seksueel geweld en seksuele intimidatie in het
onderwijs (de Meld- en aangifteplicht) is onderwijspersoneel openbaar en bijzonder
onderwijs verplicht een vermoeden van strafbare feiten (ontucht, aanranding,
verkrachting) gepleegd door een personeelslid met een minderjarige leerling, te
melden bij het bevoegd gezag.


Artikel 5: Klachtregistratie / jaarverslag

1. De schoolvertrouwenspersoon houdt een registratie bij van de door hem/haar
behandelde klachten.
2. Deze registratie geschiedt in overeenstemming met het vertrouwelijke karakter
van de gegevens.
3. De schoolvertrouwenspersoon brengt jaarlijks aan de locatiedirecteur een
geanonimiseerd verslag uit van zijn/haar werkzaamheden, het aantal en de aard
van de bij hem/haar gemelde klachten en het resultaat van zijn/haar activiteiten.
In het geval dat meerdere schoolvertrouwenspersonen zijn aangewezen voor één
locatie, dienen zij een gezamenlijk jaarverslag uit te brengen.